Verhaal #1 – de roze bril

Schrijven is zalig, over eigen dingen, geheel zoals het leven is, zonder terughoudendheid op deze anonieme blog. Maar verhalend schrijven is ergens nog lekkerder omdat niet alles waargebeurd hoeft te zijn of direct uit mijn leven afkomstig. Een mix is helemaal een uitdaging: wat gebruik je uit je eigen leven, wat dik je aan met fantasievolle feitjes of uit het leven van een ander overgenomen. Kortom: op mijn blog ook plek voor zelfgeschreven verhalen.

Verhaal #1 – de roze bril

Met een knal vliegt de deur dicht. Compleet over haar toeren beent Saar weg van daar. Een hufter is het, niets meer of minder als een egoïstische blaaskaak. Hoe heeft ze in hemelsnaam ooit wat in die ellendige pummel kunnen zien! Alles deed ze voor hem, ze had zelfs zijn kont afgeveegd als hij het had gevraagd. Nee, dat toch niet, bedenkt ze zich, maar bijna alles had ze wel voor hem gedaan. Hem opgepakt uit de goot, gezorgd voor een aantal nieuwe kleren, een fris kapsel en de noodzakelijke dingen aangeschaft die hij zo ontbeerde en hem uit goedheid verwend met nog wat meer van dat alles. Al met al is dat behoorlijk in de papieren gaan lopen, maar dat doe je voor je liefje toch? Je bent verliefd en blind voor heel veel zaken. Je wil niet horen wat anderen zeggen, nee natuurlijk gebruikte hij je niet, hoe kom je daar nu bij! Hij had gewoon veel pech gehad in het leven en kwam nu zijn reddende engel tegen en ze zouden samen nog lang leven en gelukkig zijn.

Drie maanden duurde het sprookje, nou ja sprookjes, zo zag het eruit door die verdomde roze bril, die toen in stukken viel op de grond. Ineens leek hij niet meer die leuke man waar ze vele vlinders voor had. Ze zag ineens dat hij eigenlijk enkel aan zichzelf dacht en haar het naar de zin maakte zoals hem dat uitkwam. Hij liet alle aandacht hem welgevallen. natuurlijk haalde schatje zijn drankjes en eten voor hem. Waste ze zijn kleren. Kookte ze zijn eten. Kocht ze wat hij maar nodig bleek te hebben en ach af en toe een aai over haar bol kon er nog maar net vanaf. Haar kant op kwam er maar bitter weinig, maar met roze bril op had ze het logisch gevonden, hij moest immers herstellen, had haar aandacht nodig. Hij kwam van ver en zij wilde helpen, er voor hem zijn. Ze was er voor hem geweest en hoe! Ze had zichzelf letterlijk weggegeven tot er weinig van haarzelf overbleef, anders dan een gevende vrouw die niet eens meer wist hoe het was om ook maar iets terug te ontvangen.

Als dan die roze bril bruut van je neus wordt geslagen door een onverwachte klap in het gezicht, is het even duizelen en opnieuw richting bepalen. Wat is er in hemelsnaam gebeurd, de afgelopen maanden? Hoe blind kan een vrouw zijn, nee sterker nog, hoe blind is zij geweest. Nooit had ze ook maar gedacht zo diep te kunnen wegzinken in het vergeten wie ze zelf was en waar zij recht op had. Toch was het gebeurd.

De knal van de deur klinkt nog na in haar hoofd en ze beent verder weg van daar. Nooit, maar dan ook nooit wil ze die eikel nog zien, laat staan zijn leugens aan moeten horen. Het is een bedrieger, een leugenaar. Hij verzon zijn wereld gewoon voor het gemak even aan elkaar om nog meer gebruik te kunnen maken van haar goedheid. Dat is nu voorbij, voorgoed. Hij stikt maar in de materialistische zaken die hem zijn welgevallen, haar hart en ziel zijn vanaf nu beschermd tegen zijn mooie praatjes.